Uitspraak 17-004 Opheffing van een lokale cliëntenraad

Een zorgaanbieder besluit dat een lokale cliëntenraad wordt opgeheven en dat daarvoor in de plaats een bewonerscommissie ingesteld zal worden. Deze cliëntenraad is het niet eens met dit besluit en legt de zaak ter beoordeling voor aan de LCvV. Zorgaanbieder voert aan dat de lokale raad niet meer past in de medezeggenschapsstructuur die per 2015 is vernieuwd en vanwege die nieuwe structuur feitelijk ook geen bestaansgrond meer heeft. In de huidige structuur is er nog één cliëntenraad voor de hele organisaties en daarnaast zijn er bewonerscommissies. Ook heeft de zorgaanbieder er geen vertrouwen meer in dat met deze lokale raad nog goede samenwerking mogelijk is. De raad stelt daar tegenover dat tot de herinrichting in 2015 de samenwerking met de zorgaanbieder altijd goed verliep. Daarna verwaterde het contact en werd zij steeds minder serieus genomen. De lokale raad heeft steeds inspanningen verricht om goed te blijven functioneren en vindt de nieuwe situatie, waarbij er op locaties geen Wmcz rechten meer uitgeoefend kunnen worden, niet naar behoren.

De LCvV concludeert dat de herinrichting destijds is ingevoerd zonder verzwaard advies van deze lokale raad en dat zorgaanbieder aanvankelijk heeft uitgedragen dat deze lokale raad gecontinueerd kon worden. De LCvV vindt de argumenten van zorgaanbieder onvoldoende redengevend en niet overtuigend en disproportioneel in verhouding tot het besluit. De LCvV overweegt dat de zorgaanbieder inhoudelijk geen weerwoord heeft gegeven op de argumenten van verweerder ter zake van de huidige onmogelijkheid voor bewoners en/of hun familieleden om met een beroep op de Wmcz directe invloed op het beleid en met name beslissingen die de dagelijkse leefomgeving in intramurale setting raken uit te kunnen oefenen.

Het oordeel van de LCvV is dat de zorgaanbieder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opheffen van deze cliëntenraad.

Een zorgaanbieder besluit dat een lokale cliëntenraad wordt opgeheven en dat daarvoor in de plaats een bewonerscommissie ingesteld zal worden. Deze cliëntenraad is het niet eens met dit besluit en legt de zaak ter beoordeling voor aan de LCvV. Zorgaanbieder voert aan dat de lokale raad niet meer past in de medezeggenschapsstructuur die per 2015 is vernieuwd en vanwege die nieuwe structuur feitelijk ook geen bestaansgrond meer heeft. In de huidige structuur is er nog één cliëntenraad voor de hele organisaties en daarnaast zijn er bewonerscommissies. Ook heeft de zorgaanbieder er geen vertrouwen meer in dat met deze lokale raad nog goede samenwerking mogelijk is. De raad stelt daar tegenover dat tot de herinrichting in 2015 de samenwerking met de zorgaanbieder altijd goed verliep. Daarna verwaterde het contact en werd zij steeds minder serieus genomen. De lokale raad heeft steeds inspanningen verricht om goed te blijven functioneren en vindt de nieuwe situatie, waarbij er op locaties geen Wmcz rechten meer uitgeoefend kunnen worden, niet naar behoren.

De LCvV concludeert dat de herinrichting destijds is ingevoerd zonder verzwaard advies van deze lokale raad en dat zorgaanbieder aanvankelijk heeft uitgedragen dat deze lokale raad gecontinueerd kon worden. De LCvV vindt de argumenten van zorgaanbieder onvoldoende redengevend en niet overtuigend en disproportioneel in verhouding tot het besluit. De LCvV overweegt dat de zorgaanbieder inhoudelijk geen weerwoord heeft gegeven op de argumenten van verweerder ter zake van de huidige onmogelijkheid voor bewoners en/of hun familieleden om met een beroep op de Wmcz directe invloed op het beleid en met name beslissingen die de dagelijkse leefomgeving in intramurale setting raken uit te kunnen oefenen.

Het oordeel van de LCvV is dat de zorgaanbieder niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opheffen van deze cliëntenraad.

Aanmaakdatum: 24-08-2017

Gerelateerde documenten

Uitspraak 10-004 Bewoners aanleunwoningen als kiesgroep voor clientenraad

Een zorgaanbieder kan onder bepaalde omstandigheden in redelijkheid besluiten zijn reglement en samenwerkingsovereenkomst aldus aan te passen dat bewoners van de aanleunwoningen die naast het zorgcentrum gelegen zijn, niet langer als kiesgroep zijn opgenomen. Van belang is daarbij of deze groep bij dit besluit betrokken is en hier (overwegend) ..

Uitspraak 22-013 Verplichting een cliëntenraad voor een locatie in te stellen

Een stichting die betrokken is geweest bij de oprichting van een zorglocatie en nog steeds participeert bij de instandhouding daarvan, heeft het bestuur verzocht een cliëntenraad in te stellen en het stichtingsbestuur daarin als cliëntenraadsleden te benoemen. De bestuurder wil in beginsel wel een raad gaan instellen maar verschilt ..

Uitspraak 19-008 Zittingstermijnen, adviesrecht invoering nieuwe medezeggenschapsstructuur, vergoeding kosten advocaat

Een lokale cliëntenraad is het niet eens met de inhoud en wijze waarop een nieuwe medezeggenschapsstructuur bij de zorgaanbieder wordt ingevoerd waarbij een werkgroep en de centrale cliëntenraad (CCR) het voortouw hebben mogen nemen. De zorgaanbieder geeft aan te wachten op een voorstel van de werkgroep en de CCR ..

Uitspraak 11-002 Herinrichting medezeggenschap na fusie en wijziging bij uitgave cliëntenblad

Zorgaanbieder krijgt van twee centrale cliëntenraden geen positief advies over het vaststellen en invoeren van een nieuw reglement ex art. 2 lid 2 WMCZ. Nu blijkt dat geen sprake zal zijn van een wezenlijke verandering in de structuur en medezeggenschapsverdeling ten opzichte van de situatie voor fusie, acht de ..

Informatie

Dit is de website van de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV). De LCvV wordt in stand gehouden door diverse brancheorganisaties van zorgaanbieders en organisaties voor cliëntenraden in de zorg. Met vragen of opmerkingen over deze site kunt u contact opnemen met de secretaris van de LCvV.